Al vrij snel wist Desgrange het nieuwe blad fatsoenlijk van de grond te krijgen. In 1901 slaagde hij erin de organisatie binnen te halen van de 2e editie van Parijs – Brest – Parijs, wat nota bene een schepping van Giffard was. In 1902 schreef hij een eigen versie van Bordeaux – Parijs uit om de editie van Le Vélo van zijn elan te beroven. Daarnaast schiep hij een eigen monsterrit; Marseille – Parijs, over meer dan 800 km. Nadat in 1903 L'Auto-Vélo echter door de rechter gedwongen werd haar naam te veranderen vanwege 'plagiaat', daalde de oplaag van het blad drastisch en het is dan ook niet vreemd dat Desgrange nog geen 4 dagen na de naamsverandering in L'Auto een wielerronde door heel Frankrijk aankondigde. Omdat Desgrange echter een betere toekomst voorzag voor de autosport dan voor het wielrennen, zette hij niet zijn eigen prestige op het spel, maar liet de organisatie verder over aan zijn assistent Géo Lefèvre. Zelf besteedde hij veel meer aandacht aan de autorace Madrid – Parijs die op 25 mei zou worden gehouden.
Aanvankelijk wilden weinig kampioenen zich voor de Tour de France inschrijven. De 6 etappes van gemiddeld 400 km zouden in een tempo van één per week verreden worden. Dit betekende dat de renners meer dan een maand van huis zouden zijn. Ook had Desgrange gangmakers verboden en was het prijzengeld dramatisch laag. Pas nadat het prijzengeld fiks was verhoogd en het aantal rustdagen was beperkt melden zich er voldoende deelnemers aan om van start te kunnen gaan.
Aanvankelijk leek de pessimistisch Desgrange gelijk te krijgen. De bladen besteedden nauwelijks aandacht aan de ronde. Gaandeweg werden de koppen echter groter en de laatste touretappe nam de volledige voorpagina in beslag. De houding van het publiek wijzigde zich radicaal in de 3 weken van de tour. De oplage van L'Auto verdriedubbelde en vele Parijzenaars bezochten de aankomst van de renners. Voor de winnaar, Maurice Garin, werden, net als 12 jaar daarvoor voor Terront, talloze banketten georganiseerd. De slagersjongen Lucien Pothier, die een tweede plaats had behaald, kreeg een medaille van de Slagerssportbond aangeboden en alle renners werden als helden in hun woonplaatsen onthaald.
