De eerste Tour had het publiek zo enthousiast gemaakt, dat de toeschouwers zich in de tweede editie actief met het koersverloop gingen bezighouden. Toeschouwers gooiden kilo's kopspijkers, punaises, glasscherven en andere scherpe spullen op het traject. Etappeaankomsten ontaardden soms in complete minioorlogen. In de buurt van Saint-Etienne werden de renners van de kopgroep me knuppels aangevallen door supporters van een plaatselijk favoriet en koersdirecteur Géo Lefèvre moest de aanvallers met revolverschoten uit elkaar drijven. In Nîmes probeerde een groep wielerliefhebbers uit het dichtbijgelegen Alais 2 coureurs, Jousselin en Aucouturier, te molesteren om te protesteren tegen de uitsluiting van hun dorpsgenoot Payan, die zich had laten voortslepen door een auto.
Payan is niet
de enige geweest die zich niet aan het reglement heeft gehouden. In 1904
vertrokken de renners heel wat beter voorbereid aan het avontuur dat Tour
de France heet dan het jaar ervoor. De meesten hadden nu stafkaarten en
spoorboekjes bij zich, zodat ze delen van het traject konden afsnijden.
De wedstrijd werd nog verreden zonder dat daarvoor de openbare weg werd
afgezet, zodat iedereen zich bij het peloton kon
voegen en de koers kon
beïnvloeden. Ook werden grote delen van de etappes nog bij nacht verreden
en dan zijn de mogelijkheden voor
fraude natuurlijk onuitputtelijk. Vele renners lieten zich voorslepen door
auto's. De coureurs namen dan een kurk in de mond, met daaraan een ijzerdraad
en die zat dan weer aan een auto bevestigd. Het was er
Desgrange
en Lefèvre veel aan gelegen om de schijn van een sportief verloop
van de koers op te houden. Daarom legden zij een aantal hoge boetes op
voor relatief kleine overtredingen.
Later in de Tour werden zelfs 2 renners
van verdere deelname uitgesloten. Dit was echter tegen de regels van de
Franse Wielerbond, die volgens die regels als enige recht had
om renners
uit de koers te halen. De Bond weigerde daarom om de
uitslag van de Tour
te erkennen. 4 Maanden later besloot de Bond om de 4 eersten uit het algemeen
klassement te diskwalificeren. Het gevolg was wel dat de overwinning, die
nu naar de negentienjarige Cornet ging, vrijwel geen sportieve waarde
meer had. Cornet was er nog met een berisping afgekomen.
Het is niet
verwonderlijk dat Desgrange weinig toekomst meer voor de Tour de France
voorzag. Hij schreef: "De Tour de France is voorbij en de tweede editie
is, vrees ik, tevens de laatste. Hij is bezweken aan zijn succes, aan de
blinde hartstochten die hij ontketend heeft."