De Pyreneeën - cols

In 1910 presenteerde Desgrange opnieuw een meesterstuk. In dat jaar zou er voor het eerst een echte Pyreneeën – etappe op het programma staan. Van massatoerisme me in de Pyreneeën was in die tijd nog geen sprake en voor de meeste Fransen was dit gebergte een volkomen onbekend gebied. Het gebied leek onbegaanbaar en de bewoners hadden er vreemde gewoontes en spraken vreemde dialecten. Inspelend op deze onwetendheid kon Desgrange in de voorbeschouwingen zijn fantasie volop gebruiken. Hij noemde het gebied de 'kring des doods' en verhaalde over beren uit Spanje, op zoek naar voedsel. Zijn conclusie was de volgende: "Wij sturen onze mannen naar mysterieuze onbekende streken, en niemand weet of wij de grenzen niet overschrijden, of wij de menselijke energie niet voor te zware opgaven stellen".

De etappe startte in Luchon en zou over een afstand van 326 km Lapize eenzaam onderweg door de Pyreneeënverreden worden. De wegen over de 4 cols die in het parcours waren opgenomen waren nog niet verhard uitgevoerd, zodat de meeste renners grote delen met de fiets aan de hand naar boven moesten lopen. Het bleek inderdaad een loodzware opgaaf, ook in de tijd dat monsterritten nog aan de orde van de dag waren. Veel renners waren van mening dat het allemaal te gek was. Journalist Victor Breyer had op de Aubisque een gesprek met Octave Lapize. Hij had er genoeg van. Toch ging Lapize door en won de rit.

Ondanks alle woeste verhalen viel het verwachtte slagveld mee. 46 van de 59 gestarte renners reden de etappe gewoon binnen de tijdslimieten uit. Van een onmenselijke opgave was blijkbaar geen sprake. Desgrange liet natuurlijk niet blijken dat hij in de voorbeschouwingen wellicht een tikkeltje overdreven had. Hij roemde de renners, noemde hen helden, en roemde ook de uitvallers, want zij waren 'slechts enkele uren na het sluiten van de controle binnengekomen'.

De Pyreneeën – etappe vormde een anticlimax. De journalisten van L'Auto, met Desgrange voorop, wisten de werkelijkheid echter zo goed in sluiers te verhullen dat hun apocalyptische visioenen zijn op genomen in de wielergeschiedenis. Naarmate de tijd verstreek werd de waarheid steeds verder geromantiseerd. Jean Nelissen schreef een moderne versie in zijn boek 'Hemel en hel op een stukje leer'.

In de Pyreneeën speelden zich in dat jaar 1910 hartverscheurende tonelen af. In de woestenij van stenen en sneeuw, waar het bitter koud was en tijdens een hagelbui soms grote ijskorrels de armen en benen van de renners geselden, hadden de arbeiders een smal pad gegraven tussen hoge sneeuwmuren. Meermalen werden uitgeputte en half bevroren renners huilend een berghut binnengedragen… Een uitgeputte coureur riep Henri Desgrange (sic) toe dat hij een moordenaar was.

Ga terug naar de laatst bezochte pagina Ga naar de volgende pagina Geef uw mening! / Give your opinion! Ga terug naar de Beginpagina Extra Informatie