Gelode fietsen

Om de steeds groter wordende invloed van de fabrieksteams in de Tour tegen te gaan probeerde Desgrange continu regels in het reglement op te nemen die een individuele koers moesten garanderen. In 1908 werd daarom het systeem van de 'gelode' fietsen ingevoerd. In 1905 al was er een speciaal klassement ingesteld voor renners die de hele Tour met dezelfde fiets aflegden, waarbij de schade die men opliep zelf hersteld diende te worden. In 1905 waren de fabrikanten nog niet erg geïnteresseerd en zij schreven dan ook alleen maar onbelangrijke coureurs in voor dit klassement. In 1906 echter waren de constructeurs zich er van bewust geworden dat dit klassement een gigantische reclame kon betekenen voor de fietsen van de constructeur. De Tour de France was een geweldige reclame voor de fiets in het algemeen, maar de fabrikanten konden de potentiële kopers alleen maar overtuigen van de mogelijkheden ervan als de renners van de Tour onder dezelfde omstandigheden zouden rijden als de gemiddelde Fransman. En omdat de gemiddelde Fransman nu eenmaal geen materiaalwagen met reservespullen achter zich aan had rijdLucien Petit-Breton na zijn overwinning in de Tour van 1907en was dit de perfecte reclame. Ook konden de fabrikanten in L'Auto van de redactie natuurlijk altijd aandacht krijgen voor de solide betrouwbaarheid van de fietsen.

In 1906 was de belangstelling dus al aanzienlijk toegenomen. Zo schreef Peugeot Lucien Petit-Breton in voor dit klassement. Hoewel hij anders zeker tot de topfavorieten had behoord, moest hij nu in deze categorie starten, gewoonweg omdat hij een betere mecanicien was dan zijn ploeggenoten en ook kanshebbers Pothier en Trousselier. De 'vrije' categorie was dat jaar voor het eerst kleiner dan de 'gelode' categorie. In 1907 was nog maar 10% van de renners te vinden in de 'vrije' categorie en Petit-Breton, uitkomend in de 'gelode' categorie, won zelfs de Tour. Dit was voor Desgrange aanleiding om in de reglementen te laten opnemen dat voortaan alle renners van verzegelde fietsen gebruik moesten maken. Het verwisselen van fiets en fietsonderdelen was vanaf dat moment verboden en iedereen moest zijn eigen pech herstellen.

Deze maatregelen leidden echter toch niet helemaal tot het soort coups de théâtre dFirmin Lambotat Desgrange graag zag. Aan een zuivere krachtmeting kwam soms een eind door domme pech. Bijna elke Tour was er wel een favoriet die door materiaalproblemen zijn kansen verspeelde. In 1913 stak Marcel Buysse met kop en schouders boven de rest uit, maar hij brak zijn stuur. Datzelfde jaar werd 'de oude Galliër', Eugène Christophe, in de afdaling van de Tourmalet door een vorkbreuk getroffen op het moment dat hij in tweede positie lag. Desgrange besteedde hier weinig aandacht aan, omdat 'de strijd vooraan zijn aandacht opeiste'. Toen Christophe 6 jaar later in de voorlaatste etappe opnieuw zijn vork brak en tweeëneenhalf uur verloor, ontkwam Desgrange er echter niet aan om op dit moment terug te komen. Ditmaal bezette Christophe namelijk de eerste plaats met een voorsprong van 28 minuten op zijn naaste belager, Firmin Lambot, die nu de Tour won. Dit voorval werd beschouwd als een nationale ramp. Desgrange deed er alles aan om Christophe een heroische status te verlenen en vroeg het publiek om de renner schadeloos te stellen voor het verlies door deze tegenslagen.

Ga terug naar de laatst bezochte pagina Ga naar de volgende pagina Geef uw mening! / Give your opinion! Ga terug naar de Beginpagina Extra Informatie