en
was dit de perfecte reclame. Ook konden de fabrikanten in L'Auto
van de redactie natuurlijk altijd aandacht krijgen voor de solide betrouwbaarheid
van de fietsen.
In 1906 was de belangstelling dus al aanzienlijk toegenomen. Zo schreef Peugeot Lucien Petit-Breton in voor dit klassement. Hoewel hij anders zeker tot de topfavorieten had behoord, moest hij nu in deze categorie starten, gewoonweg omdat hij een betere mecanicien was dan zijn ploeggenoten en ook kanshebbers Pothier en Trousselier. De 'vrije' categorie was dat jaar voor het eerst kleiner dan de 'gelode' categorie. In 1907 was nog maar 10% van de renners te vinden in de 'vrije' categorie en Petit-Breton, uitkomend in de 'gelode' categorie, won zelfs de Tour. Dit was voor Desgrange aanleiding om in de reglementen te laten opnemen dat voortaan alle renners van verzegelde fietsen gebruik moesten maken. Het verwisselen van fiets en fietsonderdelen was vanaf dat moment verboden en iedereen moest zijn eigen pech herstellen.
Deze maatregelen
leidden echter toch niet helemaal tot het soort coups de théâtre
d
at
Desgrange graag zag. Aan een zuivere krachtmeting kwam soms een eind door
domme pech. Bijna elke Tour was er wel een favoriet die door materiaalproblemen
zijn kansen verspeelde. In 1913 stak Marcel Buysse met kop en schouders
boven de rest uit, maar hij brak zijn stuur. Datzelfde jaar werd 'de oude
Galliër', Eugène Christophe, in de afdaling van de Tourmalet
door een vorkbreuk getroffen op het moment dat hij in tweede positie lag.
Desgrange besteedde hier weinig aandacht aan, omdat 'de strijd vooraan
zijn aandacht opeiste'. Toen Christophe 6 jaar later in de voorlaatste
etappe opnieuw zijn vork brak en tweeëneenhalf uur verloor, ontkwam
Desgrange er echter niet aan om op dit moment terug te komen. Ditmaal bezette
Christophe namelijk de eerste plaats met een voorsprong van 28 minuten
op zijn naaste belager, Firmin Lambot, die nu de Tour won. Dit voorval
werd beschouwd als een nationale ramp. Desgrange deed er alles aan om Christophe
een heroische status te verlenen en vroeg het publiek om de renner schadeloos
te stellen voor het verlies door deze tegenslagen.