De Italiaanse sportbladen trokken vanaf het begin minder lezers dan de Franse tegenhangers. Hierdoor konden de Gazetta en de Corriere dello Sport tot 1919 het zich niet veroorloven dagelijks te verschijnen. De Gazetta kon de Giro ook alleen maar organiseren door fikse financiële steun van een niet-sportblad, de Corriere della Sera. Het jaar daarop was de Gazetta genoodzaakt hulp te zoeken bij de fabrikanten, die wel wilden helpen, maar hierdoor ook veel macht binnen de organisatie kregen. Dit leidde er onder andere toe dat het parcours van de Giro lang niet zo zwaar was als dat van de Tour. Dan konden de grote fabrikanten namelijk het wedstrijdverloop makkelijker controleren. De Dolomieten en Alpen werden pas opgenomen in de jaren 30 en 40. Daardoor was er, in tegenstelling tot de Tour, in de Giro lang niet zoveel sprake van heroïek. Ook in de reglementen werden door de fabrikanten beïnvloed. Zo werden vanaf het begin merkenteams toegelaten en in 1912 werd er zelfs alleen maar voor het ploegenklassement gefietst. Dit is één van de redenen dat het knechtensysteem in Italië veel verder ontwikkeld was dan in de Frankrijk en andere landen.
Door het ploegenspel
was er in Italië vaak veel meer sprake van een echte krachtmeting
tussen de kopmannen. Maar juist hierdoor mist de Giro een groot deel van
de aantrekkingskracht die de Tour wel heeft. D
e
strijd van de mens tegen het Noodlot, waaruit de legende van de Tour is
opgebouwd, ontbreekt bijna geheel in de Giro. Zo werd Eugène
Christophe na zijn dramatische nederlaag in 1919 direct uitgeroepen
tot 'de ongelukkigste kampioen die men ooit gekend heeft'. Nu werd pas
de geschiedenis van zijn eerste vorkbreuk uit 1913 onder de aandacht gebracht.
Christophe had toen tweeëneenhalf uur moeten lopen naar Sainte-Marie-de-Campan,
het dichtstbijzijnde dorp. Daar smeedde hij in de plaatselijke smidse een
nieuwe vork, wat hem weer anderhalf uur kostte. Alsof dat nog niet genoeg
was kreeg hij ook nog drie minuten straftijd, omdat de smid of diens knecht
hem had moeten helpen bij het boren of het bedienen van de blaasbalg. Dit
verhaal, zo pittoreske, heeft het verhaal van Christophe's tweede vorkbreuk
volledig verdrongen. Toen bewonderaars een gedenkteken plaatsten, plaatsten
zij het niet in Valenciennes, waar hij in 1919 de Tour verloor, maar in
de smidse van Sainte-Marie-de-Campan, waar hij veel tijd verloor in een
Tour die hij toch nooit had kunnen winnen; hij zou namelijk met 14 uur
achterstand finishen in Parijs, veel meer dan de achterstand die hij die
dag opliep. Het lijkt hier of de legende een monument verdiende, en niet
de werkelijkheid.
Het zijn dit
soort mythen die de Tour op een hogere trede doen staan dan de Giro. De
uitstraling ervan was zo groot, dat Italiaanse wedstrijden pas aanzien
genoten als de sterren van de Tour mee hadden gedaan aan wedstrijden als
de Ronde van Lombardije uit 1905, Milaan – San Remo uit 1907
en de Giro zelf. Pas daarna kon zich een zelfstandig wielerleven met eigen
vedetten ontwikkelen.