De opkomst der Belgen

De wielersport in België had in de jaren kort na de eeuwwisseling nog maar zeer weinig prestige. Een renner werd internationaal pas voor 'vol' aangezien wanneer hij successen in Franse wedstrijden had behaald. Tot 1907 gebeurde dit zelden en tot die tijd duurde het dan ook dat België, na Frankrijk en Italië, uitgroeide tot de derde klassieke wielernatie. De man die de aanzet gaf tot deze opstanding was Cyriel van Hauwert, 'de leeuw van Vlaanderen'. In 1907 was hij naar Parijs gekomen om bij het kantoor van fietsenfabrikant La Française te proberen een contract af te sluiten dat hem in staat zou stellen om Parijs – Roubaix te rijden. De directie zag echter niets in deze onbekende Belg, niet genoeg tenminste om hem van dure gangmakers te voorzien, en scheepte hem af met een paar reservebanden. Toen echter de finale van de koers naderde waren alle renners van La Française al ver achterop, terwijl van Hauwert nog steeds in de kopgroep reed. Onmiddellijk werd hij, tijdens de koers nog, gecontracteerd en nu kreeg hij alsnog de nodige gangmakers ter beschikking. In Roubaix wist hij, ondanks een valpartij, als tweede te eindigen. Toen hij twee maanden later ook nog Bordeaux – Parijs wist te winnen, voor Toursterren als Petit-Breton, Trousselier en Christophe, werd hij in België als een nationale held beschouwd.

Het waren voor de Belgen echter niet alleen zijn overwinningen die hem beroemd maakten. Van Hauwert bewees namelijk dat een goede coureur een welvarende man kon worden. Terwijl in België het gemiddelde loon van een landarbeider 1 franc per dag was, tekende van Hauwert in 1908 een contraOdile Defraye nadat hij in 1912 als eerste Belg de Tour heeft gewonnenct bij Alcyon dat hem 3000 franc per maand opleverde. Na de triomfen van van Hauwert onstond er in België een ware wielerkoorts en vele nieuwe renners probeerden het voorbeeld van van Hauwert te volgen. In 1908 werd de ronde van Limburg voor het eerst verreden, werd de klassieker Luik – Bastenaken – Luik na 14 jaar in ere hersteld en kreeg België een nationale ronde. Vijf jaar later creëerde Karel van Wijnendaele, hoofdredacteur van Sportwereld, de eerste ronde van Vlaanderen, een wedstrijd die zou uitgroeien tot de centrale wedstrijd in het Vlaamse wielerseizoen.

De nieuwe Belgische coureurs die na van Hauwert op de fiets klommen waren voor het merendeel zonen van landarbeiders en keuterboertjes. Zij hadden van kinds af aan hard moeten werken en trainden bovendien op het beruchte slechte wegdek van de Belgische wegen. Hierdoor waren zij zeer goed bestand tegen erbarmelijke omstandigheden, en omdat ze bovendien lage looneisen stelden, waren ze zeer geliefd bij de constructeurs. Vooral na de Touroverwinning van Odile Defraye in 1912 wilde elke fabrikant Belgen in zijn ploeg. Een vermoeide Philippe Thys na zijn Tourzege in 1914Het gevolg was dat in 1913 van de 51 renners met een contract er 22 uit België kwamen. Met Philippe Thys, Marcel Buysse en Firmin Lambot bezetten zij zelfs de eerste, derde en vierde plaats in het eindklassement.

Desgrange was maar matig tevreden met deze ontwikkelingen. Het juichte het internationale karakter toe, maar hij wist ook dat de Fransen het liefst een Franse winnaar zagen. Toen in 1914 het overwicht van Philippe Thys zo groot was dat de oplaag van L'Auto begon te dalen, besloot hij dan ook in te grijpen. Om dubieuze redenen gaf hij Thys een half uur tijdstraf, zodat diens voorsprong op Henri Pélissier werd teruggebracht tot 2 minuten. Het Franse publiek werd nu zo enthousiast, dat zij met duizenden toestroomden om Pélissier , die zelfs een kleine voorsprong had genomen, aan te moedigen. Door de grote toeloop werd hem de weg versperd. Thys kon terugkomen en won de Tour.

Ga terug naar de laatst bezochte pagina Ga naar de volgende pagina Geef uw mening! / Give your opinion! Ga terug naar de Beginpagina Extra Informatie