De legende van de Pélissiers II

Henri en Francis Pélissier waren buitengewone coureurs en namen op vele manieren een belangrijke plaats in het wielerwereldje in. Zo ontwikkelden zij bijvoorbeeld eigen trainingsmethodes. Zij waren de eersten die ontdekten dat korte, nerveuze inspanningen, intervallen, meestal veel efficiënter zijn dan het domweg zoveel mogelijk kilometers per dag afleggen, wat de meeste coureurs in die tijd nog deden. Ook experimenteerden zij met nieuwe voedingsmethoden. Zo dronken zij tijdens de wedstrijden geen alcohol. De meeste renners in die tijd hadden alleen oog voor de stimulerende werking ervan, en namen, om het korte-termijn-effect ervan op te heffen, constant nieuwe doses tot zich. Dit had natuurlijk negatieve gevolgen voor de concentratie etc. Ook namen zij, in tegenstelling tot de andere renners, 's ochtends slechts een licht ontbijt tot zich. Andere coureurs aten dan, doodsbang voor een aanval van geeuwhonger, zoveel, dat ze de eerste kilometers van een koers ongelovelijk moeilijk vooruit te branden waren. De Pélissiers plaatsten hun aanval dan ook vaak vroeg in de koers, en aten dan gedurende de hele wedstrijd.

Nog van veel groter belang was het feit dat Henri, als eerste renner, actie ondernam om de macht van de organisatoren en de fabrikanten te verkleinen. Dit had voornamelijk met zijn achtergrond te maken. In tegenstelling tot de meeste andere renners kwamen de Pélissiers uit de wat hogere kringen van de samenleving. Vooral Henri had zich in zijn jeugd door niemand de wet laten voorschrijven, ook niet door zijn ouders (hij liep op zijn 19e van huis weg). Toen hij ouder werd veranderde dit nauwelijks. 'Hij beschouwt elke fabrikant en organisator als zijn vijand' schreef Desgrange, de persoon met wie hij het meest op voet van oorlog stond. Pélissier kon zich deze verhouding om 2 redenen permiteren. Ten eerste omdat hij immens populair was, en en tweede omdat hij gewoon de beste was.

De grootste bezwaren had Pélissier tegen de lengte van de wedstrijden en etappes. De gemiddelde lengte van een Touretappe lag iHenri Pélissier, het nooit eens met de regels, tijdens de Tour van 1920, die hij overigens snel zou verlaten.n het begin van de jaren 20 rond de 360 kilometer. Pélissier gaf aan dat Desgrange 'hardheid' met 'verharding' verwarde. Zo zou de Tour een wedstrijd worden voor 'werkpaarden', waarmee hij de Belgische coureurs bedoelde, in plaats van voor de 'raspaarden', waaronder hijzelf. In 1919 en 1920 stapte hij uit ontevredenheid al na enkele Touretappes af, in 1921 en 1922 deed hij helemaal niet mee. In 1927 gaf Desgrange gehoor aan zijn oproep en de gemiddelde etappelengte daalde tot 225 kilometer. Alleen was de carrière van Henri toen al lang over zijn hoogtepunt heen.

Toch zou Pélissier de Tour nog een keer winnen. Volgens de legende stond hij in 1923 alleen aan de start, omdat 'zijn eergevoel was gekrenkt door Desgrange die had gezegd dat Henri te oud was om de Tour nog te winnen'. De werkelijke reden was een andere. De inmiddels 34-jarige werd er namelijk door zijn werkgever door gedwongen. Hij had, zoals gewoonlijk weer ruzie gehad met zijn baas, Maisonnas, directeur van J.B. Louvet. Deze had namelijk een contract afgesloten met de Galeries Lafayette voor sponsoring van de volgwagen van J.B. Louvet. Deze was nu zo traag, dat Francis in Bordeaux – Parijs minuten verspeelde toen hij pech kreeg en de eerste plaats verloor. De Pélissiers namen ontslag en werden door Automoto aangenomen, op voorwaarde dat ze de Tour zouden rijden. Mede dankzij een sterke ploeg en een aantal duistere incidenten, waaronder de vergiftiging van de winnaar van 1921, Léon Scieur, wist Henri Pélissier, als eerste Fransman sinds 1911, de Tour te winnen.

Ga terug naar de laatst bezochte pagina Ga naar de volgende pagina Geef uw mening! / Give your opinion! Ga terug naar de Beginpagina Extra Informatie