Het spel van de fabrikanten

Nu de economische situatie na de Eerste Wereldoorlog weer bijna volledig hersteld leek van de klappen die zij had gekregen, waren de constructeurs er weer ongeveer in geslaagd om dezelfde situatie te creëren als voor de oorlog. In het midden van de jaren twintig was Automoto het grote merk. Met Henri Pélissier, Ottavio Bottecchia en Lucien Buysse wonnen ze in 1923, 1924, 1925 en 1926 de Tour. Daarnaast werden er ook nog 2 tweede plaatsen behaald en een derde. Door deze successen nam de verkoop van Automoto gigantisch toe en het is dan ook niet vreemd dat de directie besloot grote investeringen te doen. Het moment bleek alleen verkeerd. De rijwielverkoop stagnFrantz in de Pyreneeën op weg naar zijn eerste Tourzegeeerde en Automoto raakte in grote financiële problemen. Een tourploeg kon niet meer gefinancierd worden en alleen in de klassiekers behaalden ze met Georges Ronsse nog grote successen, zoals in Parijs – Roubaix 1927. Aanvankelijk was in deze wedstrijd Peugeot – coureur Benoit tot winnaar uitgeroepen. Na de huldigingen wijzigde de aankomstrechter, de bij de Pélissiers zeer bekende André Trialoux, plotseling zijn beslissing. Toen Automoto in 1929 alsnog werd overgenomen door Peugeot werd er in het archief een reçu gevonden, gedateerd op de dag van Parijs – Roubaix 1927 en ondertekend door André Trialoux.

Nu Automoto niet meer aan de Tour deelnam kreeg Alcyon vrij spel. Andere ploegen als Dilecta en Alleluia gaven bij voorbaat al aan alleen maar voor de troostprijzen te gaan. Het wedstrijdverloop werd volledig gecontroleerd en was dus extreem saai. Desgrange probeerde dit te vermijden door in 1928 de vlakke etappes als ploegentijdrit Ondanks zijn verrassende optreden was Fontan al bij voorbaat kansloos in de Tour van 1928te laten verrijden, maar daardoor werd het verschil alleen maar groter. De Luxemburger Frantz, uit de sterke Alcyon ploeg, had aan de voet van de bergen al een voorsprong van 5 uur op de beste concurrent, Victor Fontan, die in een zwakke regioploeg zat.

Een ander probleem voor Desgrange was het feit dat er sinds 1911 nog maar 1 keer een Fransman de Tour had gewonnen en dit was niet echt naar de zin van het Franse publiek. De fabrikanten kon het niet veel schelen wie er won, als hij maar reed op een fiets van dat merk. Natuurlijk was het wel zo dat Franse winnaars meer publiciteit opleverden, maar daar stond tegenover dat ze ook veel beter betaald dienden te worden dan de buitenlanders. Dit had dan ook tot gevolg dat door de fabrikanten de ene naar de andere oninteressante winnaar naar voren werd geschoven. Zo werd de Franse belofte Leducq gedwongen zijn eigen kansen op te offeren ten gunste van Frantz, waarover totaal geen sensationele dingen te vertellen waren. In 1929 werd het zelfs zo erg dat de Belg Maurice Dewaele, de ziekgeworden gele – trui - drager uit de Alcyon – ploeg, door zijn ploeggenoten over de Alpen werd gesleept. Desgrange kon hier niet veel tegen uitrichten, want hij kon zich geen conflict met zijn grootste adverteerden veroorloven. Het stond echter voor hem vast dat er iets moest gebeuren, want zelfs de verkoopcijfers van L'Auto begonnen te dalen.
Maurice Dewaele, in het midden, de winnaar van de Tour van 1929
Op 25 september 1929 kondigde Desgrange aan dat de Tour in 1930 door landenploegen verreden zou worden. Nog voor de fabrikanten konden protesteren, kelderden de aandelenkoersen op Wall Street en ontstond er de enorme economische crisis van de jaren 30. Deze maakte voorlopig een einde aan de grote invloed van de fabrikanten in de wielersport.

Ga terug naar de laatst bezochte pagina Ga naar de volgende pagina Geef uw mening! / Give your opinion! Ga terug naar de Beginpagina Extra Informatie