eerde
en Automoto raakte in grote financiële problemen. Een tourploeg kon
niet meer gefinancierd worden en alleen in de klassiekers behaalden ze
met Georges Ronsse nog grote successen, zoals in Parijs
– Roubaix 1927. Aanvankelijk was in deze wedstrijd Peugeot
– coureur Benoit tot winnaar uitgeroepen. Na de huldigingen wijzigde
de aankomstrechter, de bij de Pélissiers zeer bekende André
Trialoux, plotseling zijn beslissing. Toen Automoto in 1929 alsnog
werd overgenomen door Peugeot werd er in het archief een reçu gevonden,
gedateerd op de dag van Parijs – Roubaix 1927 en ondertekend door André
Trialoux.
Nu Automoto
niet meer aan de Tour deelnam kreeg Alcyon
vrij spel. Andere ploegen als Dilecta en Alleluia gaven bij
voorbaat al aan alleen maar voor de troostprijzen te gaan. Het wedstrijdverloop
werd volledig gecontroleerd en was dus extreem saai. Desgrange
probeerde dit te vermijden door in 1928 de vlakke etappes als ploegentijdrit
te
laten verrijden, maar daardoor werd het verschil alleen maar groter. De
Luxemburger Frantz, uit de sterke Alcyon ploeg, had aan de voet
van de bergen al een voorsprong van 5 uur op de beste concurrent, Victor
Fontan, die in een zwakke regioploeg zat.
Een ander
probleem voor Desgrange was het feit dat er sinds 1911 nog maar 1 keer
een Fransman de Tour had gewonnen en dit was niet echt naar de zin van
het Franse publiek. De fabrikanten kon het niet veel schelen wie er won,
als hij maar reed op een fiets van dat merk. Natuurlijk was het wel zo
dat Franse winnaars meer publiciteit opleverden, maar daar stond tegenover
dat ze ook veel beter betaald dienden te worden dan de buitenlanders. Dit
had dan ook tot gevolg dat door de fabrikanten de ene naar de andere oninteressante
winnaar naar voren werd geschoven. Zo werd de Franse belofte Leducq
gedwongen zijn eigen kansen op te offeren ten gunste van Frantz, waarover
totaal geen sensationele dingen te vertellen waren. In 1929 werd het zelfs
zo erg dat de Belg Maurice Dewaele, de ziekgeworden gele – trui
- drager uit de Alcyon – ploeg, door zijn ploeggenoten over de Alpen werd
gesleept. Desgrange kon hier niet veel tegen uitrichten, want hij kon zich
geen conflict met zijn grootste adverteerden veroorloven. Het stond echter
voor hem vast dat er iets moest gebeuren, want zelfs de verkoopcijfers
van L'Auto begonnen te dalen.
Op 25 september
1929 kondigde Desgrange aan dat de Tour in 1930 door landenploegen verreden
zou worden. Nog voor de fabrikanten konden protesteren, kelderden de aandelenkoersen
op Wall Street en ontstond er de enorme economische crisis van de
jaren 30. Deze maakte voorlopig een einde aan de grote invloed van de fabrikanten
in de wielersport.