Toch was Desgrange
om twee redenen nog van de fabrikanten afhankelijk. Ten eerste omdat de
constructeurs nu eenmaal de macht hadden om renners een deelname aan de
Tour te verbieden.
Een
andere reden was dat L'Auto afhankelijk was van de opbrengsten van de advertenties
van de fabrikanten. Desgrange loste dit laatste op door de fabrikanten
toestemming te geven reclame te maken met de renners die de rest van het
jaar in hun dienst reden. Toch kregen de constructeurs hiermee weer invloed
op het wedstrijdverloop. Antonin Magne verspeelde er in 1931 zelfs
bijna de overwinning door. Magne's materiaal was afkomstig van een lokale
constructeur die er niet over piekerde te adverteren in het dure, landelijke
L'Auto. Desgrange zag een belangrijke bron van inkomsten aan zijn neus
voorbij gaan en probeerde de rest van de Franse ploeg over te halen hem
niet meer te steunen. Deze lieten zich alleen niet overhalen. Echter, toen
in 1934 Leducq, winnaar van de Tour in 1930
en 1932, in dienst trad van het nieuwe, kleine
Mercier, dat bovendien
onder leiding stond van Francis Pélissier,
verbood Desgrange hem grofweg te starten in de Tour, om niet nogmaals deze
inkomsten mis te lopen.
Doordat de
fabrikanten nu niet meer hun ploegen betaalden, moest de Tourdirectie opdraaien
voor de kosten van verzorging en verblijf van de renners. Desgrange werd
genoodzaakt nieuwe bronnen aan te boren en vond deze bij sectoren in het
bedrijfsleven die niets met het wielrennen te maken hadden, maar de wielersport
toch wilden gebruiken om reclame te maken. In 1930 kreeg chocoladefabriek
Menier
toestemming om een wagen van de fabriek voor de renners uit te laten rijden.
Deze wagen werd bemand met enkele medewerkers; deze zouden tijdens de Tour
ongeveer een half miljoen petjes en duizenden kilo's chocoladerepen uitdelen
aan het wachtende publiek. Boven op de cols schonk Menier warme chocolademelk
voor de renners en loofde bovendien een bergprijs uit. De campagne werd
zo'n succes dat vele ondernemingen het jaar daarop ook een reclamewagen
naar de Tour stuurden. Sommigen daarvan zouden jarenlang bij de wielersport
betrokken blijven, zoals Perrier en Pernod. L'Auto kwam zelfs
met een extra bijlage waarin precies vermeld stond welke premies door wie
werd aangeboden. De 'extra – sportieve' bedrijven kregen uitgebreid de
mogelijkheid hierin te adverteren.