Het Franse publiek was in 1930 wild enthousiast geworden over de manier waarop de Franse renners elkaar hadden geholpen. De morele lessen die hieruit werden gehaald stonden Desgrange zo aan, dat hij besloot om de teamgeest nog verder te versterken. Zo werd het in 1934 voor het eerst toegestaan dat ploegmaten bij pech elkaar van materiaal voorzagen. Door deze reglementswijziging kreeg de Tour er een nieuwe bron van legendes bij; de zelfopoffering.
In 1934 leverde
dit meteen al een held op. René Vietto was een twintigjarig
klimwonder uit de Côte d'Azur. In zijn eerste Tour won hij 3 van
de 5 Alpenetappes. Veel meer dan klimmen kon hij echter n
iet,
zodat hij aan de voet van de Pyreneeën al meer dan een half uur achterstand
op zijn kopman, gele – trui - drager Magne,
had. Tijdens de eerste Pyreneeënetappe kwam Magne in een afdaling
echter ten val en daarbij brak hij zijn voorwiel. Vietto gaf hem zijn voorwiel,
maar dat paste niet. Speicher, winnaar van de Tour van 1933 en wereldkampioen,
stopte ook en dit wiel bleek wel te passen. Omdat er slechts een afdaling
restte en Speicher de beste daler van zijn tijd was gaf Vietto zijn voorwiel
aan Speicher. Uiteindelijk lukte het het wiel in de vork te krijgen en
Speicher zette de achtervolging in. Vietto moest wachten op materiaal en
verloor uiteindelijk 4 minuten.
De volgende
dag kreeg Magne opnieuw pech; hij brak zijn ketting. Vietto gaf Magne zijn
fiets en verloor nogmaals enk
ele
minuten. Aanvankelijk werd er aan deze feiten nauwelijks aandacht besteed.
Op de eerste dag was er echter een foto gemaakt van een huilende Vietto,
zittend op een muurtje in de Pyreneeën met een fiets zonder voorwiel.
Op de meeste afdrukken zijn de toeschouwers aan de rechterkant weggeknipt
om de indruk van verlatenheid nog te vergroten.
Jacques Goddet,
de latere Tourdirecteur, schreef in een artikel dat de jonge Vietto zich
moreel gedwongen had gevoeld zijn eigen kansen op te offeren voor de oude
Magne. Dat hij zijn wiel niet aan Magne gaf, maar aan Speicher wordt niet
vermeld; het zou maar afbreuk doen aan de eenvoud.
Deze voorstelling
was zo fraai, dat iedereen hem zonder pardon overnam. Het gevolg was dat
Magne niet eens alleen zijn ereronde mocht rijden; Vietto 
moest
zich, als morele winnaar van de Tour, van het publiek bij Magne voegen.
Dit was natuurlijk onzin, want zijn achterstand in het klassement zou uiteindelijk
veel groter zijn dan de minuten die hij in de Pyreneeën verloor. Toch
verdiende Vietto dat jaar zoveel geld in de criteria dat hij een zaakwaarnemer
moest aanstellen. Hij koos voor, de inmiddels bekende, Trailoux
en binnen enkele jaren was hij al zijn geld kwijt. Toch kon hij tot het
einde van zijn carriere blijven teren op de legende rond 'koning René'.
Elke nederlaag die hij daarna in de Tour leed, en dat waren er vele, maakte
zijn 'offer' in 1934 alleen maar schrijnender.
Vietto wist
echter heel goed dat hij de Tour niet door zijn 'offers' verloren had.
Hij trainde veel op vlakke wegen met grote verzetten om een betere rouleur
te worden. Zijn klimcapaciteiten werden hierdoor echter slechter. Zo kwam
het dat hij in 1935 na de Alpen nog steeds niet de bestgeklasseerde Fransman
was. Ploegmaat Speicher, de Fransman met de meeste kansen op de eindoverwinning,
werd
echter tussen Alpen en Pyreneeën ziek. Hij wilde daarom de koers
in de Pyreneeën stilleggen, want hij voelde zich niet sterk genoeg.
Vietto koos echter tegen het ploegbelang in de aanval. Hij reed zich echter
stuk en werd achterhaald door de Belgen Sylvère Maes
en
Vervaecke. Speicher was woedend en Romain Maes, de broer
van Sylvère, won de Tour.
Deze actie
van Vietto gaf aan dat de teamgeest binnen l'équipe nationale lang
niet meer was zoals zij in 1930 was geweest. Renners konden nu groot geld
verdienen in de criteria, maar dat kon je alleen als je opvallend reed.
Een renner die zich voor zijn ploeg wegcijferde was voor zijn ploeg goud
waard, maar hoefde niet op criteriumcontracten te rekenen. De gouden jaren
van de Franse ploeg werden definitief afgesloten toen in 1938 Magne en
Leducq,
die dat jaar beiden hun laatste Tour reden, in de slotetappe met de armen
over elkaar als eersten over de finish gingen.