Het Geitje en de Herder

Waarschijnlijk is er nooit een Tour de France geweest die met meer passie is gevolgd dan die van 1947. Het deelnemersveld, dat naast nationale ploegen ook uit enkele regionale Franse equipes bestond, stelden de toeschouwers niet teleur. Door het extreem warme weer en de afwezigheid van grote vedetten, Coppi en Bartali reden liever in het rijke Zwitserland, had de koers een uiterst grillig en onvoorspelbaar verloop. Omdat de grote renners ontbraken werd de oude trukendoos weer tevoorschijn gehaald om het publiek te boeien. Kanshebbers werden als excentriekelingen afgebeeld, wat de ene na de andere fraaie anekdote opleverde.

Zo was er René Vietto, die zijn laatste kans om de Tour te winnen in de tijdrit verspeelde en de discipline in het Jean Robic peloton handhaafde door renners die wilden ontsnappen in het gezicht te slaan. Verder had je natuurlijk Edouard Fachleitner, "de herder uit Manosque", die elke avond naar huis belde om met zijn hond te praten en die uiteindelijk de Tour verloor, omdat hij er op een gegeven moment helemaal genoeg van had en een half uur onder een boom ging zitten lunchen (in werkelijkheid was hij bevangen door de hitte en verloor hij "slechts" 10 minuten). Of Pierre Brambilla, "de klompkin", die als hij een inzinking had zijn bidon, meestal gevuld met rode wijn, leeggooide en zichzelf toeriep dat iemand die zo slecht reed geen drinken verdiende. Bovendien zou hij, nadat hij in de laatste etappe de gele trui had verspeeld, terstond naar huis zijn gereden, zijn fiets in stukken hebben gehakt en hem in de tuin begraven hebben. Tot slot was er nog de latere winnaar, Jean Robic, die tot ieders vermaak de hele Tour lang aan iedereen vertelde dat hij "onweerstaanbaar" was. Hij kreeg al snel de bijnaam "biquet", geitje.

In de jaren die volgden bereikte de wielersport het hoogtepunt van haar populariteit. Duizenden mensen bezochten de wedstrijden en de Tour en de Giro werden festivals die drie weken lang zonder onderbreking voortduurden. De drankfirma's uit de reclamekaravaan verzorgden elke avond feesten in de aankomstplaatsen, waar dan de beroemdste zangers optraden.

Robic onderweg naar zijn verrassende Tourzege

Een van de belangrijkste ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog was dat de wielersport een veel internationaler karakter kreeg dan ervoor. Belangrijkste oorzaak was de Challenge Desgrange – Colombo. Dit overkoepelend klassement was een initiatief van de belangrijkste sportbladen, L'Equipe, La Gazetta dello Sport, Sportwereld en Les Sports, en omvatte de Tour, de Giro, Milaan – San Remo, Parijs – Brussel, de Ronde van Vlaanderen, Parijs – Roubaix, de Waalse Pijl, Parijs – Tours en de Ronde van Lombardije. Omdat deze wedstrijden, waaraan later Luik – Louison Bobet Bastenaken – Luik en de Ronde van Zwitserland werden toegevoegd, algemeen als de belangrijkste wedstrijden werden beschouwd, afgezien van de Wereldkampioenschappen, genoot de Challenge veel aanzien.

Met name Italiaanse renners lieten zich nu steeds vaker over de grens zien. Voor de Fransen bleef meestal de Tour de belangrijkste wedstrijd van het jaar. Toch waren er ook veel Franse renners die nu ook in Italië aan koersen mee begonnen te doen. In dat geval traden zijn meestal tijdelijk in dienst van een Italiaanse sponsor. Zo reed Louison Bobet in Frankrijk voor Stella en in Italië voor Bottechia. Aangezien de Franse en Italiaanse rijwielmarkten elkaar in die tijd nog nauwelijks overlapten maakten de werkgevers hier geen probleem van.


Ga terug naar de laatst bezochte pagina Ga naar de volgende pagina Geef uw mening! / Give your opinion! Ga terug naar de Beginpagina Extra Informatie