De nieuwe Campionissimi

Dankzij de invoering van de Challenge Desgrange – Colombo verloren vooral de Belgische en Italiaanse wedstrijden die opgenomen waren hun vrijwel nationale karakter dat ze tot dan toe bezeten hadden. In Italië bijvoorbeeld had nog nooit een buitenlander de Giro gewonnen, was de Ronde van Lombardije sinds 1920 niet meer door een niet – Italiaan gewonnen en Milaan – San Remo sinds 1913 slechts 1 keer. Daar kwam nu verandering in. In 1950 won Hugo Koblet de Giro en in 1951 won Bobet Milaan – San Remo en de Ronde van Lombardije. In België had in de Waalse Pijl nog nooit een niet – Belg gezegevierd en in de Ronde van Vlaanderen maar één keer een niet – Vlaming. De Waalse Pijl werd in 1948 en 1950 gewonnen door respectievelijk Camellini en Coppi en Fiorenzo Magni slaagde er tussen 1949 en 1951 zelfs in de Ronde van Vlaanderen drie keer achter elkaar te winnen.

Fabrizio Magni zou de Ronde van Vlaanderen 3 maal op rij winnen

De jaren 40 en 50 waren de gouden jaren voor de wielerjournalistiek. De radio, filmjournaals en allereerste televisie-uitzendingen maakten de wielersport populairder dan ooit, terwijl ze tegelijkertijd nog maar zo weinig van het wedstrijdverloop toonden dat de verslaggevers nog volop gelegenheid hadden het gebeuren op eigen wijze te interpreteren en te presenteren. En net als in de jaren 30 waren er ook nu weer renners die het voor elkaar kregen meer mediabelangstelling te krijgen dan ze eigenlijk op grond van hun prestaties zouden behoren te krijgen. Eén ervan was Jean Robic.

Jean Robic was een uitstekend klimmer, maar als ronderenner was hij te beperkt om met de grote kampioenen de strijd aan te gaan. Na zijn Tourzege van 1947 behaalde hij dan ook geen grote overwinningen meer. Dit wist hij echter te compenseren door zichzelf als slachtoffer van de boze buitenwereld te presenteren. Wat dat betreft bereikte hij zijn hoogtepunt toen hij in de Tour van 1952 tijdens de slotklim naar Sestrière een lekke band kreeg. Omdat niet hij, maar Nello Laurédi de bestgeklasseerde Franse renner in het klassement was, reed ploegleider Marcel Bidot niet achter hem toen hij lek reed. In die tijd reden renners altijd met een reserveband om de schouders en Robic had in 2 minuten de band kunnen vervangen. In plaats daarvan begon hij jammerend zijn band op te pompen, wat hem ongeveer een minuut kostte. Het oppompen van een lekke band is echter een zeer tijdelijke maatregel, zodat hij even later weer van de fiets moest. Ferdi Kubler, winnaar van de Tour van 1950 Weer begon hij te pompen en het voorgaande herhaalde zich zo'n 5 keer. En telkens weer riep hij om zijn ploegrijder die hem verraden had.

In die tijd waren er zoveel echte kampioenen dat het niet nodig was om uit het niets vedetten te creëren. Robic werd dan ook alleen serieus genomen zolang hij prestaties leverde. Toen hij in 1959, op achtendertigjarige leeftijd, een comeback in de Tour probeerde te maken, wekten zijn klachten alleen nog maar lachlust op. Toch reed hij in dat jaar waarschijnlijk zijn beste Tour, want ondanks zijn hoge leeftijd en een gebroken middenhandsbeentje wist hij zich tot drie dagen voor Parijs te handhaven. De meeste aandacht ging echter uit naar de werkelijke campionissimi van die tijd, mannen als Coppi, Bartali, Van Steenbergen, Kübler, Koblet en Bobet. Zij konden de perfectionering van het knechtensysteem en de grote krachtsverschillen binnen het peloton overwinningen behalen die de journalisten tot hun beste stukken inspireerden.

Ga terug naar de laatst bezochte pagina Ga naar de volgende pagina Geef uw mening! / Give your opinion! Ga terug naar de Beginpagina Extra Informatie