In 1946 en
1947 kon Bartali nog op gelijke voet met Coppi
concurreren. Beide wonnen in die jaren éénmaal de Giro en
éénmaal Milaan – San Remo. In 1948 wist Bartali Coppi zelfs
nog te overtroeven door één van de meest opmerkelijke Tour
de Bartali was zo populair dat hij niets hoefde te doen om zijn fans te behagen. Hij mopperde
vaak en trok altijd een zuur gezicht. Ook tegen collega's was hij lang
niet altijd vriendelijk. Toen Koblet hem eens
om een bidon vroeg liet hij deze eerst leeglopen. Na aankost duwde hij
supporters meestal nors opzij. Toch vera Beide rivalen maakten in 1949 deel uit van de Italiaanse Tourploeg, maar aan de voet
van de Alpen hadden ze alle twee zo'n grote achterstand in het klassement
dat een Italiaanse overwinning twijfelachtig werd. Ploegleider Binda
wist de 2 zover te krijgen dat ze elkaar tijdens de komende Alpenetappes
zoveel
France
– overwinningen uit de geschiedenis te behalen. 10 jaar na zijn eerste
Tourzege had Bartali aan de voet van de Alpen meer dan 20 minuten achterstond
op Louison Bobet, die hem een verpletterende
nederlaag had toegebracht. Bartali won de volgende 3 Alpenetappes echter
met zo'n overmacht, dat hij, toen de bergen voorbij waren, een voorsprong
van ruim 32 minuten had op de nummer 2. Bovendien gaat er het verhaal dat
Bartali met deze Tourzege zijn land voor een burgeroorlog had behoed. Op
de dag van zijn nederlaag tegen Bobet was de secretaris van de Italiaanse
Communistische Partij bij een aanslag zwaar gewond geraakt. Premier
De Gasperi meende dat een burgeroorlog op nog maar 1 manier afwendbaar
was; alleen een Tourzege van Bartali zou de gemoederen tot rust kunnen
brengen. Hij vroeg een ijlgesprek aan met Bartali en Bartali was zich bewust
van zijn missie. Hij verpletterde zijn concurrenten, redde het land en
supporters kalkten "De zon gaat onder, maar Bartali niet" op de muren en
wegen.
fgoden
de meeste Italianen Bartali, terwijl ze voor Coppi alleen maar bewondering
hadden. Coppi's legende ontstond pas grotendeels na zijn dood en dan aanvankelijk
alleen nog maar in het buitenland.
Een grote
handicap voor Coppi was dat hij meer dan 5 jaar jonger was dan Bartali.
Deze was in 1948 al op de leeftijd dat de meeste renners stopten, zodat
elke extra overwinning van Bartali door zijn fans als wonderen werden beschouwd.
Toen hij als einddertiger in 1952 de Ronde van Emilia tijdens een
krantenstaking won besloten veel bartalistische drukkers de staking 1 dag
op te schorten. Als Coppi Bartali versloeg werd hem dit nauwelijks aangerekend.
Dit had er ook mee te maken dat Barteli vaak op sluwe wijze de glans van
Coppi's overwinningen wist te halen. Hèt voorbeeld is de Tour van
1949.
mogelijk zouden bijstaan. De tactiek had succes. 2 Dagen later reden
Bartali en Coppi alleen op kop de Kleine Sint-Bernard op,
Bartali in het geel en Coppi als nummer 2 in het klassement met slecht
een kleine achterstand. Toch wist Bartali dat Coppi de Tour zou winnen.
Deze was namelijk een veel betere tijdrijder en in de komende tijdrit van
137 km zou Coppi het kleine verschil zeker goedmaken. Bartali dreigde de
Tour vernederend te verliezen, tot hij op 40 km voor de finish in Aosta
lek reed en daarbij ook ten val kwam. Coppi reed rustig verder, om te laten
zien dat hij zich aan de afspraken hield, tot hij het signaal van Binda
kreeg om door te rijden. Hij won de etappe en de Tour, maar Bartali kon
de schuld geven aan zijn lekke band en ontkennen dat hij op zijn waarde
was verslagen. Bartali wist zelfs nog meer rendement uit de situatie te
halen. Hij verklaarde meteen na afloop: "Toen ik mijn lekke band kreeg,
was mijn eerste gedachte: Italië! Het belangrijkste was dat er in
Italië een Italiaan won. Daarom heb ik tegen Fausto gezegd dat hij
uit alle macht door moest gaan".