De Macht van het grote Geld

Naarmate de televisie een grotere rol in de wielersport ging spelen waren de extrasportieve merken bereid om steeds meer geld in hun teams te steken. Niet alleen de vedetten kregen nu hogere salarissen, maar ook de ploegen waarmee zij omringd waren. Het resultaat was dat de ploegendiscipline veel groter werd. Van Steenbergen, Bobet en Kübler hadden teamgenoten die toch tot op een bepaalde hoogte voor eigen kansen mochten rijden. Coppi was de eerste vedette die zich liet omringen door knechten die volledig in zijn dienst reden. Zij waren geheel bereid zich voor hun kopman weg te cijferen en wonnen een koers alleen als zij daar uitdrukkelijke toestemming voor hadden. Toen één van deze gregari, Andrea Carrea, in de Tour van 1952 volkomen onverwacht in de gele trui kwam tePloegendicipline; Anquetil wordt uit de zon gehouden rijden, wilde hij zich pas laten huldigen als nieuwe leider van het algemeen klassement nadat hij aan Coppi had verzekerd dat er geen opzet in het spel was. Coppi accepteerde deze excuses en won later die Tour alsnog zelf. 

Vanaf de jaren 60 werden de vedetten steeds vaker omringd door ploeggenoten met indrukwekkende erelijsten die de verantwoordelijkheid van het kopmanschap niet wilden of konden dragen. Jean Stablinski, Rudi Altig, Jo de Roo en Ab Geldermans, die allen prachtige overwinningen hadden behaald, stelden zich bijvoorbeeld liever in dienst van Jacques Anquetil. Een ander voorbeeld is de “rode brigade”, de Faena-ploeg van Rik van Looy. Hij werd onder andere bijgestaan door mannen als Gilbert Desmet, Peter Post en Jef Planckeart

Natuurlijk waren dergelijke coureurs alleen bereid hun eigen kansen op te geven als daar een fikse financiële beloning tegenover stond. De extrasportieve merken wilden het benodigde budget vanzelfsprekend alleen maar beschikbaar stellen als zij er maximaal rendement uit konden halen. Daarom voelden steeds minder merken er wat voor om hun renners aan de Tour te laten deelnemen, omdat deze nog steeds met landenploegen verreden werd. Het gevolg was dat van 1957 tot 1961 Federico Bahamonteselk jaar de Giro beter bezet was dan de Tour en de rol van leidende etappekoers leek over te nemen. Bovendien hadden de Tours van 1959, 1960 en 1961, gewonnen door respectievelijk Federico Bahamontes, Gastone Nencini en Jacques Anquetil, een weinig opwindend verloop, zodat de publieke belangstelling merkbaar begon te dalen. 

In 1962, het jaar waarin de Franse tv voor het eerst dagelijks rechtstreekse uitzendingen verzorgde, werd de pressie van de merken zo groot dat Tourdirecteuren Jacques Goddet en Félix Lévitan zich in het onvermijdelijke moesten schikken; vanaf dat moment zou de Tour opnieuw door merkenploegen verreden worden. Goddet en Lévitan waren echter wel zo slim hun besluit niet te rechtvaardigen met een verwijzing naar de economische omstandigheden. In plaats daarvan refereerden ze aan de moeilijkheden binnen de Franse ploeg in 1959 toen er meerdere vedetten binnen hetzelfde team verenigd waren, en over de handicap die renners uit kleine wielerlanden van het landensysteem ondervonden. Uiteraard liet niemand zich zand in de ogen strooien. In Nederland werden uit protest tegen deze “vercommercialisering” van de Tour de uit Frankrijk aangeboden televisie-uitzendingen geweigerd.

Ga terug naar de laatst bezochte pagina Ga naar de volgende pagina Geef uw mening! / Give your opinion! Ga terug naar de Beginpagina Extra Informatie