Wisseling van de Wacht

Eind jaren zeventig, en ook tegenwoordig trouwens nog, gold het Circuit de Châteaulin in Bretagne als het belangrijkste criterium van Frankrijk. Elk jaar starten er de sterkste renners van het moment en de erelijst telt evenveel grote namen als de meest befaamde klassiekers. Toch wordt ook dit criterium verreden als elk ander; de sponsor van de hoofdprijs wijst de winnaar aan, en de overige premies worden verdeeld door de kanonnen, die daarvan het merendeel voor zichzelf bestemmen en de rest aan hun knechten Bernard Hinault in Parijs - Roubaixschenken. Gewoonlijk verlopen deze zaken zonder problemen, maar in 1975 was er een jonge Breton die telkens roet in het eten dreigde te gooien. Zijn naam was Bernard Hinault

Elke keer als de aangewezen renner zich opmaakte om een premie na een felle sprint te bemachtigen, ging Hinault hevig in de aanval. Natuurlijk was het niet opgewassen tegen de grote vedetten, maar zij werden toch zeker tot extra inspanningen aangezet. De Breton trok zich niks aan van de niet van de lucht zijnde scheldkanonnades en uiteindelijk was het de grote Merckx zelf die naar de Hinault toereed en hem vertelde dat hij mocht meedelen in de premiepot als hij zich verder koest hield. 

In Châteaulin had Hinault bewezen dat hij over het goede karakter beschikte op een groot kampioen Bernard Hinault, de nieuwe patronte worden. In de jaren die daarop volgden zou hij ook aantonen dat hij de vereiste atletisch kwaliteiten bezat. Dat jaar won hij namelijk Luik – Bastenaken – Luik en Gent – Wevelgem. Ook wist hij zich dat jaar in de harten van de Fransen te rijden door een valpartij in de Dauphiné Libéré. In de afdaling van de Col de Porte verdween Hinault namelijk voor het oog van miljoenen televisiekijkers in een ravijn. Enkele ogenblikken later kwam hij met een bloedend hoofd weer te voorschijn, greep zonder aarzelen een reservefiets, reed verder won de etappe en stelde daarmee de eindzege in de Dauphiné zeker. 

In 1978 namen Merckx en Gimondi afscheid en Hinault liet er, tijdens zijn debuut in de Tour, geen twijfel over bestaan dat hij hun rechtmatige opvolger was. Tijdens de 'overgangsetappe' Tarbes – Valence d'Agen waren de renners in een uiterst slecht humeur. De dag ervoor was er een loodzware bergetappe verreden en hadden ze uren in de bus moeten zitten op weg naar Tarbes. Voor die avond stond er ook weer een verplaatsing op het programma en de volgende dag zouden de coureurs al om 5 uur opmoeten, omdat er dan 2 etappes gepland stonden. Om hun ongenoegen kenbaar te maken legden ze de etappe in wandeltempo af, de traditionele manier van protesteren. Toch meenden zij dit keer krachtiger te moeten optreden, en dus stapte het hele peloton voor de eindstreep af. De man die namens de renners het woord Jan Raas; las een krantje...voerde was niet André Chalmel, de voorzitter van de bond van Franse beroepsrenners, Joop Zoetemelk of Freddy Maertens, maar Bernard Hinault.

Hinault slaagde er niet in veel sympathie voor de actie op te wekken. Oud-coureurs wezen erop dat er in het verleden soms wel 3 etappes op 1 dag werden verreden. Sindsdien zijn de renners echter een stuk mondiger geworden. Vooral in Nederland is er een heel nieuw type renner opgekomen. De meeste daarvan waren verenigd in de TI-Raleigh-ploeg, die, analoog aan Ajax' totaalvoetbal, een soort totaalwielrennen invoerde zonder strikte ploegenhiërarchie. Het is dan ook geen toeval dat 4 van de 8 renners die in Valence d'Agen op de eerste rij stonden van TI-Raleigh waren; Hennie Kuiper, Gerben Karstens, Gerrie Knetemann en Jan Raas. Deze liet het gejoel en gefluit niet met een verbeten gezicht over zich heen gaan, zoals de anderen, maar stond rustig een krant te lezen.

Ga terug naar de laatst bezochte pagina Ga naar de volgende pagina Geef uw mening! / Give your opinion! Ga terug naar de Beginpagina Extra Informatie